jemand, der nachts oft ausgeht, z.B. in Diskos oder Lokale
„Die Nachtschwärmer ändern nichts an ihren Gewohnheiten, nur die Mafia lernt sehr schnell, sich auf den Handel mit harten Drogen umzustellen.“
“De nachtbrakers veranderen niets aan hun gewoonten, alleen de maffia leert heel snel zich op de handel in harddrugs om te schakelen.”
„Die Nachtschwärmer kann den Plot, also die Prosodie der Ereignisse, die Zuckungen der Umstände, die düsteren Prozessionen ins Ungewisse.“
“De nachtbrakers kennen het plot, dus de prosodie van de gebeurtenissen, de schokken van de omstandigheden, de duistere processies het onbekende in.”