Bahnhofsgleis, das kein Hauptgleis ist; das nicht planmäßig von Zügen befahren wird
„Durchgehende Hauptgleise sind die Hauptgleise der freien Strecke und ihre Fortsetzung in den Bahnhöfen. Alle übrigen Gleise sind Nebengleise.“
„Doorgaande hoofdsporen zijn de hoofdsporen van het vrije baanvak en hun voortzetting in de stations. Alle overige sporen zijn zijsporen.“
„Ein Aufenthalt folgt dem anderen; jedes Nebengleis ist offenbar dazu bestimmt, unsere Geduld auf die Probe zu stellen.“
„Het ene oponthoud volgt het andere; elk zijspoor is er blijkbaar voor bestemd ons geduld op de proef te stellen.“