Satzteil (Konstituente), dessen Kopf (Kern) ein Nomen (Substantiv oder Pronomen) ist
„Viele Sätze mit einem Übergewicht an Nominalgruppen können als Verkürzungen von Langsätzen (Satzgefüge, Satzreihen usw.) gelten.“
„Veel zinnen met een overwicht aan nominale groepen kunnen gelden als verkortingen van lange zinnen (samengestelde zinnen, zinsreeksen enz.).“
„Bei Umsetzung verbaler Infinitivkonstruktionen in Nominalgruppen bleibt der abhängige Infinitiv bewahrt…“
„Bij omzetting van verbale infinitiefconstructies in nominale groepen blijft de afhankelijke infinitief behouden…"