oben liegendes Deck/Schiffsdeck; Deck, das das Schiff nach oben gegen Wettereinflüsse abschirmt
„Der Besanbaum gierte nach backbord, und das Besansegel hing wie ein Vorhang herunter und verbarg den größten Teil des erhöhten Oberdecks vor den Blicken der sich mittschiffs befindenden Personen.“
„de bezaanboom gierde naar bakboord en het bezaanzeil hing als een gordijn naar beneden en onttrok het grootste deel van het verhoogde bovendek aan het zicht van de zich midscheeps bevindende personen.“
„Der günstige Augenblick für das, was der Priester wollte, schien einem von ihnen gekommen, als ich ihm, an der Reling des Oberdecks stehend, den Rücken zuwandte.“
„het gunstige ogenblik voor wat de priester wilde, leek voor een van hen gekomen toen ik hem, aan de reling van het bovendek staande, de rug toekeerde.“