„Achim muß jeden Tag Oberhemden tragen.“
„Achim moet elke dag overhemden dragen.‟
„Man verzeihe mir, wenn ich noch einmal auf Oberhemden zu sprechen komme, aber es geht um den Hals, und irgendwo muss der Spaß ja aufhören.“
„Vergeef me als ik nog een keer over overhemden begin, maar het gaat om de hals, en ergens moet de grap ophouden.‟