„Er aß Shrimps mit Remoulade, dann eine Suppe mit Meeresfrüchten und Reis. Die gebratene Ochsenbrust mit einer Sauce aus Meerrettich und Meeresfrüchten.“
„Hij at garnalen met remoulade, daarna een soep met zeevruchten en rijst. De gebraden ossenborst met een saus van mierikswortel en zeevruchten.“