„Desorientiert watscheln die Omis und Opis durch die schicken Straßen, voller junger dynamischer Menschen. Längst wurden sie von den Wellen der Zeit überrollt.“
“Gedesoriënteerd waggelen de omaatjes en opaatjes door de chique straten, vol jonge dynamische mensen. Ze zijn allang door de golven van de tijd overspoeld.”
„Die Jüngeren fragte man besser nur nach zehn oder zwanzig Cent, alles andere wäre ihnen unverschämt vorgekommen, während die alten Omis auch mal 'n bisschen tiefer in die Tasche griffen.“
“De jongeren kon men beter slechts om tien of twintig cent vragen, al het andere zou hun onbeschaamd zijn voorgekomen, terwijl de oude omaatjes ook wel eens wat dieper in de buidel tastten.”