Das Männchen des Ortolans hat eine gelbe Kehle und gelbe Augenringe.
Het mannetje van de ortolaan heeft een gele keel en gele oogkringen.
Der Ortolan hat eine zimtfarbene Unterseite mit gelber Kehle, einen rötlichen Schnabel und liebt es trocken und warm.
De ortolaan heeft een kaneelkleurige onderzijde met gele keel, een roodachtige snavel en houdt van droog en warm.