„Die Panjewagen sind im Kreis aufgestellt, die Pferde ausgeschirrt an Kiefern gebunden, und in der Mitte sitzen sie ums Feuer herum, rauchen, trinken und kochen Suppe.“
„De panjewagens staan in een kring opgesteld, de paarden afgetuigd aan dennen vastgebonden, en in het midden zitten zij om het vuur heen, roken, drinken en koken soep.“
„Vor einen Panjewagen spannt er ein Pferd, lässt die kleinsten Kinder abwechselnd auf dem Wagen sitzen.“
„Voor een panjewagen spant hij een paard, laat de kleinste kinderen om beurten op de wagen zitten.“