„Ein Großteil der feinen Wandvertäfelung und des Leistenwerks war übermalt, zerschrammt und abgemeißelt oder mit billigen Papiertapeten überklebt worden.“
“Een groot deel van de fraaie wandbetimmering en het lijstwerk was overgeschilderd, bekrast en weggehakt of met goedkoop papieren behang beplakt.”
„Am Ende klebte er Papiertapeten an die Wände und strich sie in einer fröhlichen Farbe an.“
“Ten slotte plakte hij papieren behang aan de muren en streek het in een vrolijke kleur.”