durch Wortbildung aus der Grundform eines Verbs entstandene Form, die der Bildung zusammengesetzter Zeiten dient und oftmals als Adjektiv oder Adverb eingesetzt werden kann
„Im Gegensatz zu den Partizipien I gehören die Partizipien II zur Verbalklasse, aber einige, besonders diejenigen aus transformativen Verben, können in die Klasse der Adjektive übergehen.“
„In tegenstelling tot de tegenwoordige deelwoorden behoren de voltooide deelwoorden tot de verbale klasse, maar sommige, vooral die van transformatieve werkwoorden, kunnen overgaan naar de klasse van de bijvoeglijke naamwoorden.“
„Sie ist verliebt, (sein + Partizip II) Das war spannend, (sein + Partizip I).“
„Zij is verliefd, (zijn + voltooid deelwoord) Dat was spannend, (zijn + tegenwoordig deelwoord).“