
paspoort- document dat voor buitenlandse reizen vereist is, indien er tussen het thuisland en het doelland geen bijzondere afspraken bestaan; reispas
Dokument, das für Auslandsreisen erforderlich ist, falls es zwischen dem Heimatland und dem Zielland keine Sondervereinbarungen gibt; Reisepass
bergpas- lager gelegen overgang door een gebergte
tiefergelegener Übergang durch ein Gebirge
dalengte- smalle plek van een dal
enge Stelle eines Tales
telgang- gang van viervoeters die uit de afwisselende beweging van de benenparen ontstaat
Gangart von Vierbeinern, die sich aus der abwechselnden Bewegung der Beinpaare bildet
pass- gerichte balafgifte aan een speler van de eigen ploeg
gezielte Ballabgabe an einen Spieler der eigenen Mannschaft
pasornament- figuur van de gotiek bestaande uit meerdere cirkelbogen
eine aus mehreren Kreisbögen bestehende Figur der Gotik
wildwissel- door klein haarwild uitgetreden pad
von niederem Haarwild ausgetretener Pfad