Jeder Passagier muss vor Beginn der Reise eine Fahrkarte lösen.
Elke passagier moet voor aanvang van de reis een kaartje kopen.
„Sie hatte einen neuen Mann, von dem wir wußten, daß wir ihm trauen konnten, zum Kapitän, und der alte Lotse erschien nur als Passagier.“
„Zij had een nieuwe man als kapitein, van wie wij wisten dat wij hem konden vertrouwen, en de oude loods trad alleen als passagier op.”