raumbildender Säulen- oder Pfeilergang, typischerweise mit Rankpflanzen wie zum Beispiel Wein oder Efeu bewachsen
Wir haben uns für die Terrasse eine Pergola gebaut.
We hebben voor het terras een pergola gebouwd.
„Vor dem Eingang des Restaurants gab es eine Pergola, unter der man im Freien essen konnte; Lärm, Staub und Gestank des Straßenverkehrs ließen sie aber das Innere aufsuchen.“
„Voor de ingang van het restaurant was er een pergola, waaronder men in de open lucht kon eten; door het lawaai, het stof en de stank van het straatverkeer zochten ze echter binnen op.“