Am Pfingstmontag machten sie einen Spaziergang durch den Wald.
Op pinkstermaandag maakten zij een wandeling door het bos.
„Am Pfingstmontag kam ein Film mit einem Jungen, der ein Baumhaus hatte, und dann wollten welche einen Neger lynchen.“
„Op pinkstermaandag kwam er een film met een jongen die een boomhut had, en toen wilden sommigen een neger lynchen.“