„Die Arbeitsfläche in der Küche ist mit den Bourbon-Flaschen und Pizzaschachteln eines ganzen Monats übersät.“
“Het werkblad in de keuken ligt bezaaid met de bourbonflessen en pizzadozen van een hele maand.”
„Jim nahm eine Serviette aus der Pizzaschachtel, die auf dem Boden stand, knüllte sie zusammen und warf sie auf seinen Freund.“
“Jim pakte een servet uit de pizzadoos die op de grond stond, frommelde het samen en gooide het naar zijn vriend.”