
sprokkelhout- dorre, droge takken die van bomen of struiken zijn gevallen en vaak als brandstof worden gebruikt
dürre, trockene Zweige, die von Bäumen oder Büschen abgefallen sind und häufig als Brennmaterial benutzt werden
kreupelhout- het struikgewas dat uit levende takken en twijgen bestaat
das Gebüsch, das aus lebenden Ästen und Zweigen besteht
overdrachtstwijg- een twijg (looftak of wijnrank) die bij de overdracht van een boomgaard, bosgrond of wijngaard door verkoop in de grond wordt gestoken of overhandigd
ein Reis (Laubzweig oder Rebe), das bei der Übertragung eines Baumgartens, Waldgrundes oder Weinberges durch Verkauf in den Boden gesteckt oder überreicht wird