„Und der andere weist immer wieder darauf hin, dass er in regelmäßigen Abständen essen müsse, weil er einen Reizmagen habe.“
„En de ander wijst er steeds weer op dat hij met regelmatige tussenpozen moet eten omdat hij een prikkelbare maag heeft.“
„Kurz vor dem Urlaub (wie auch an den Oster- und Weihnachtsfeiertagen) schikaniert der Papa die Mama regelmäßig mit seinem Mangel an weißen Blutkörperchen und seinem nervösen Reizmagen.“
„Kort voor de vakantie (zoals ook met de paas- en kerstfeestdagen) treitert papa mama regelmatig met zijn tekort aan witte bloedlichaampjes en zijn nerveuze prikkelbare maag.“