„Im Gehen betrachtete er die zwischen den Bäumen verstreuten Ställe oben am Hang, buntscheckige Hütten, zurechtgezimmert aus Reklameschildern für Schnupftabak, aus Brettern und Zaunteilen, bodenlos am kahlen regenverwaschenen Hang klebend.“
"Lopend bekeek hij de tussen de bomen verspreide stallen boven aan de helling, bonte hutten, in elkaar getimmerd uit reclameborden voor snuiftabak, uit planken en hekdelen, bodemloos klevend aan de kale uitgeregende helling."