„Ein dritter Mann saß allein an einem Nebentisch, den Blick unverwandt zu einer aufgeschlagenen Zeitung auf dem Platz neben ihm kreisend - sie tarnte offensichtlich eine Riesenknarre.“
„Een derde man zat alleen aan een tafeltje ernaast, zijn blik onafgebroken gericht op een opengeslagen krant op de plaats naast hem - die duidelijk een reuzenwapen camoufleerde.“