„Sie hatten ihm Rouge auf die Backen getan und die Lippen ein bißchen angemalt.“
„Ze hadden hem rouge op de wangen gedaan en de lippen een beetje opgemaakt.“
„Jetzt schminkt Louise sie mit rotem Lippenstift und blauem Lidschatten, auf ihre Wangen tupft sie ein ins Orange gehendes Rouge.“
„Nu maakt Louise haar op met rode lippenstift en blauwe oogschaduw, op haar wangen dept ze een naar oranje neigende rouge.“