„Es war die Haltung, in der sie betete, in der sie als arme Sünderin Gott um Vergebung anflehte.“
“Het was de houding waarin zij bad, waarin zij als arme zondares God om vergeving smeekte.”
„Völlig verdattert, mit vor Schreck erdfarbenen Gesichtern standen die drei armen Sünderinnen und brachten keinen Mucks hervor.“
“Volledig verbijsterd, met van schrik grauwe gezichten, stonden de drie arme zondaressen en brachten geen kik uit.”