„Zwischen den einzelnen Schlucken wird gerne eine Salzbrezel gegessen, um die Geschmacksnerven der Zunge wach zu halten.“
„Tussen de slokken door wordt graag een zoutpretzel gegeten om de smaakpapillen van de tong wakker te houden.”
„Der Ober bringt das Bier und stellt einen Teller mit Salzbrezeln daneben.“
„De ober brengt het bier en zet er een bordje met zoutpretzels bij.”