„Einige Sprachwissenschaftler begnügen sich mit der Fixierung der häufigsten Satzmodelle und stufen geringfügige Abweichungen als Formvarianten ein…“
"Sommige taalkundigen volstaan met de fixatie van de meest frequente zinsmodellen en beschouwen geringe afwijkingen als vormvarianten…"
„Die morphosyntaktischen Satzmodelle ergeben sich aus den Oberflächenkasus und den Satzgliedern, die durch Valenz an den Valenzträger gebunden und von ihm gefordert sind…“
"De morfosyntactische zinsmodellen ergeben zich uit de oppervlaktecasus en de zinsdelen die door valentie aan de valentiedrager zijn gebonden en door hem worden geëist…"