„Eines stand auf jeden Fall fest: wenn er mir einen Wagen geliehen hätte, dann wäre es eine Scheißkarre gewesen und außerdem geklaut.“
„Eén ding stond in elk geval vast: als hij me een auto had geleend, dan was het een kloteauto geweest en bovendien gestolen.“
„Die Scheißkarre brennt ja.“
„Die kloteauto staat gewoon in brand.“