„Mama teilt sich die Schlafstätte mit Frída und Marta, Ola und Micka wohnen in einem anderen Zimmer.“
„Mama deelt de slaapplaats met Frída en Marta, Ola en Micka wonen in een andere kamer.“
„Pritschen stehen auf Holzbeinen, eine Strohunterlage macht die Schlafstätte zum weichen Himmelsbett.“
„Strobedden staan op houten poten, een stro-onderlaag maakt de slaapplaats tot een zacht hemelbed.“