landschaftlich, besonders westmitteldeutsch (ostmitteldeutsch): Rahm, Sahne (Süßrahm)
„Carluscha, lauf recht zu Maddly und bestelle ein paar Botelljen süßen Schmant; Streuzucker habe ich eine große Tüte voll in meinem Ridicül.“
„Carluscha, loop snel naar Maddly en bestel een paar flesjes zoete room; strooisuiker heb ik een grote zak vol in mijn tasje.“
„Die Salatbereitung unterschied sich hier zumeist von der oben beschriebenen dadurch, daß statt Öl und Essig Schmant (saure Sahne) und Zucker genommen wurde, also süßsauer bereitet wurde.“
„De saladebereiding verschilde hier meestal van de hierboven beschrevene doordat in plaats van olie en azijn room (zure room) en suiker werd genomen, dus zoetzuur bereid werd.“