Peter ist ein elender Schuft, er lebt ständig auf Kosten anderer und lügt wie gedruckt.
Peter is een ellendige schoft, hij leeft voortdurend op kosten van anderen en liegt alsof het gedrukt staat.
Du Schuft! Hättest du mir nicht wenigstens einen Schokoriegel übrig lassen können?
Jij schoft! Had je me niet op zijn minst een chocoladereep over kunnen laten?