„Es macht ihm anscheinend nichts aus, daß er zum Frühstück Kaffee-Ersatz trinken und sich beim Abendessen mit Schwarzbrot in Wasser begnügen muß.“
“Het lijkt hem blijkbaar niets uit te maken dat hij bij het ontbijt koffiesurrogaat moet drinken en zich bij het avondeten met donker brood in water tevreden moet stellen.”
„Eine Frau verlangte ein Schwarzbrot, und ein Mädchen etwas Kuchen, und dann waren keine Kunden mehr im Laden.“
“Een vrouw vroeg om een donker brood en een meisje om wat cake, en daarna waren er geen klanten meer in de winkel.”