„In den unteren Schichten der Atmosphäre, dort wo sich auch das Wettergeschehen abspielt, gibt es erhebliche Mengen an Schwebeteilchen, sog. Aerosole – Staub, Dämpfe und Rauch.“
„In de onderste lagen van de atmosfeer, waar zich ook het weergebeuren afspeelt, bevinden zich aanzienlijke hoeveelheden zweefdeeltjes, zogeheten aerosolen – stof, dampen en rook.“
„Einer gängigen Theorie zufolge wirken feine Schwebeteilchen in der Atmosphäre, so genannte Aerosole, der Erderwärmung entgegen.“
„Volgens een gangbare theorie werken fijne zweefdeeltjes in de atmosfeer, zogeheten aerosolen, de opwarming van de aarde tegen.“