„Sie winkten den Schauspielern zu mit feinen Seidentaschentüchern in verwesten Fäusten, einige von ihnen trommelten Salut auf die Rücklehne des Vordersitzes, die meisten klatschten einfach, Knochen gegen Knochen.“
„Ze wuifden naar de acteurs met fijne zijden zakdoeken in verrotte vuisten, sommigen trommelden de groet op de rugleuning van de voorstoel, de meesten klapten gewoon, bot tegen bot.“