Rolle aus Semmelknödelteig, die in ein Tuch eingeschlagen gekocht wird (im Wasser oder im Wasserdampf) und nach dem Garen in Scheiben geschnitten als Beilage serviert wird
„‚Nehmen S’ Tafelspitzbouillon und anschließend frisches Kalbsbeuschel mit hausgemachten Serviettenknödeln‘, empfiehlt die freundliche Kellnerin im Restaurant ‚Jamek‘, die selbstverständlich Dirndl trägt: ‚Ist typisch Österreich.‘“
„‚Neemt u runderbouillon van de borstlap en daarna vers kalfslong met huisgemaakte servetknoedels’, beveelt de vriendelijke serveerster in restaurant ‘Jamek’ aan, die vanzelfsprekend een dirndl draagt: ‘Dat is typisch Oostenrijks.’”
„Der Serviettenknödel, die Pilze, die Bratensoße. Ida schaut nicht von ihrem Teller auf, zerteilte die Knödelscheiben in Stücke, bis die sich nicht mehr teilen ließen.“
„De servetknoedel, de paddenstoelen, de braadjus. Ida kijkt niet op van haar bord, sneed de knoedelplakken in stukken tot ze zich niet meer lieten delen.”