„Wegen eines Säbelhiebes trug er über dem Bauch eine Silberplatte, um einen Bruch zu halten.“
“Vanwege een sabelhouw droeg hij een zilveren plaat over de buik om een breuk op zijn plaats te houden.”
„Auf dem Tisch stand eine Silberplatte mit zwei halben Langusten und eine Flasche Champagne nature in einem Kühler.“
“Op tafel stond een zilveren plaat met twee halve langoesten en een fles champagne nature in een koeler.”