die Sonnenseite eines Tales, ein nach Süden geneigter Hang, der die Sonne spiegelt oder reflektiert
„Die Sonnenseite des Tales ist im Sprachgebrauch des Schwarzwälders die Spiegelhalde, die Sonnenhalde; die Schattenseite heißt die Winterhalde.“
“De zonzijde van het dal is in het spraakgebruik van de Zwarte Woudbewoner de Spiegelhalde, de zonnehelling; de schaduwzijde heet de winterhelling.”
„In der Regel liegt der Hof nicht allzu hoch über Tal und Bach, meist in Südlage (Spiegelhalde), je nach Boden, Wasser und Wind aber auch am Schattenhang (Winterhalde); […]“
“In de regel ligt de hoeve niet al te hoog boven dal en beek, meestal op het zuiden (zonhelling), naar gelang van bodem, water en wind echter ook op de schaduwhelling (winterhelling); […]”