„Hier mutiert der Apostroph nun zu einem morphographischen (oder logographischen) Zeichen; er wird auch Grenz- oder Stammformapostroph genannt, da er morphologische Grenzen markiert bzw. die Stammform auszeichnet und damit schützt.“
„Hier muteert de apostrof nu tot een morfografisch (of logografisch) teken; hij wordt ook grens- of stamvormapostrof genoemd, omdat hij morfologische grenzen markeert resp. de stamvorm kenmerkt en daarmee beschermt.“
„Mit diesen Vorkommen ist ein Großteil der Stammformapostrophe in diesen Zeitungstexten beschrieben; es handelt sich immerhin um 93 Types von insgesamt 116 sowie um 163 Tokens von insgesamt 190.“
„Met deze voorkomens is een groot deel van de stamvormapostrofs in deze krantenteksten beschreven; het gaat immers om 93 types van in totaal 116 en om 163 tokens van in totaal 190.“