Der Stammvokal ändert sich bei starken Verben je nach Ablautreihe in unterschiedlicher Weise: z.B. leiden - litt - gelitten; sehen - sah - gesehen.
De stamvocaal verandert bij sterke werkwoorden al naargelang de ablautreeks op verschillende wijze: bijv. leiden - litt - gelitten; sehen - sah - gesehen.
„Regelmäßige Verben ändern im Präteritum und im Partizip II ihren Stammvokal nicht, unregelmäßige Verben ändern ihn in gesetzmäßiger Weise in den drei Stammformen (Infinitiv - Präteritum - Partizip II) (Ablaut):…“
“Regelmatige werkwoorden veranderen in het preteritum en in het voltooid deelwoord hun stamvocaal niet, onregelmatige werkwoorden veranderen hem op regelmatige wijze in de drie stamvormen (infinitief - preteritum - voltooid deelwoord) (ablaut):…”