„Im Bereich des Adjektivs wirken komisch besonders die falschen Steigerungsformen.“
„Op het gebied van het bijvoeglijk naamwoord werken vooral de foute vergelijkingsvormen komisch.“
„Steigerungsformen verwendet man, wenn man etwas miteinander vergleichen will.“
„Vergelijkingsvormen gebruikt men als men iets met elkaar wil vergelijken.“