Die in starkem Zunehmen begriffene Obstzucht wird schwunghaft getrieben; man pflegt von Kernobst vorzugsweise Luiken, Goldparmäne, Reinetten, Breitputzen, Bratbirnen, Knausbirnen, und von Steinobst Zwetschgen und Pflaumen.
De sterk toenemende fruitteelt wordt levendig bedreven; men teelt van pitfruit bij voorkeur Luiken, Goldparmäne, reinetten, Breitputzen, stoofperen, Knausperen, en van steenfruit kwetsen en pruimen.