Sein Stoppelbart kratzte auf ihrer Wange.
Zijn stoppelbaard kraste op haar wang.
„Gerade war er noch auf einem langen Spaziergang mit seinem Hund Jimi, schon schneit er in Sportfunktionskleidung, mit Wollhaube und Stoppelbart in ein schickes Café.“
„Zojuist was hij nog op een lange wandeling met zijn hond Jimi, nu stapt hij in sportkleding, met wollen muts en stoppelbaard een chique café binnen.”