„Ein Mann, klein, kräftig, in einer braunen Jacke, läuft über ein Stoppelfeld.“
„Een man, klein, stevig, in een bruine jas, loopt over een stoppelveld.”
„In Jorate gingen die Sensen durchs Korn, die weißen Tücher der Binderinnen hoben und senkten sich, auf den Stoppelfeldern sammelten sich die Störche.“
„In Jorate gingen de zeisen door het koren, de witte doeken van de bindsters gingen op en neer, op de stoppelvelden verzamelden zich de ooievaars.”