„Diesmal gab's auch Schokoladenzigaretten, bei denen man nicht wußte, ob man das Papier mitessen konnte, und einen großen Stutenkerl mit weißer Tonpfeife.“
„Dit keer waren er ook chocoladesigaretten, waarvan je niet wist of je het papier kon mee-eten, en een grote koekeman met een witte pijp van aardewerk.“
„Sie begann zu kneten und legte den einzelnen Stutenkerl aufs Blech.“
„Ze begon te kneden en legde de afzonderlijke koekeman op de bakplaat.“