Personengruppe, deren Aufgabe die Suche nach einem vermissten Gegenstand oder Lebewesen ist
„Die Vorstellung, dass ich wahrscheinlich viel zu weit vom Weg abgekommen war, um von einem Suchtrupp entdeckt zu werden, brachte mich ebenfalls keine Sekunde aus der Fassung.“
„De voorstelling dat ik waarschijnlijk veel te ver van het pad was afgedwaald om door een zoekploeg te worden ontdekt, bracht mij evenmin een seconde uit mijn evenwicht.“
„Es war schon Nachmittag, und im Suchtrupp dachten einige daran, eine Rast einzulegen, als man die Entdeckung machte.“
„Het was al middag, en in de zoekploeg dachten sommigen eraan een rustpauze in te lassen, toen men de ontdekking deed.“