
toereikendheid- toereikendheid, voldoende zijn
Zulänglichkeit, Hinlänglichkeit
orgaanvoldoende- voldoende functioneren, prestatievermogen van een orgaan
ausreichende Funktionstüchtigkeit, Leistungsfähigkeit eines Organs
sufficiëntie- het streven naar een zo gering mogelijk grondstof- en energieverbruik
das Bemühen um einen möglichst geringen Rohstoff- und Energieverbrauch