verholzte Frucht der Tanne, bei der die Samen schuppenartig um eine Achse zu einem Zapfen angeordnet sind
„Die Achse (Spindel) des Zapfens verbleibt am Baum, während die Schuppen einzeln abfallen. Folglich können auch keine herabgefallenen Tannenzapfen gesammelt werden.“
“De as (spil) van de kegel blijft aan de boom, terwijl de schubben afzonderlijk afvallen. Bijgevolg kunnen er ook geen afgevallen dennenappels verzameld worden.”
„Wir lasen duftende Tannenzapfen vom Boden auf, steckten uns einen grünen Zweig an den Hut und waren voller Freude.“
“We raapten geurige dennenappels van de grond op, staken een groene tak aan de hoed en waren vol vreugde.”