„Ein hungriger Einwohner des Viertels hatte eine Dose Tomatenpüree gekauft, eine Dose, die leider nicht den Weg nach Hause schaffte.“
“Een hongerige buurtbewoner had een blik tomatenpuree gekocht, een blik dat helaas de weg naar huis niet haalde.”
„Und der Lippenstift hatte das volle Rot von Tomatenpüree.“
“En de lippenstift had het volle rood van tomatenpuree.”