Viele Kinder haben einen Tretroller.
Veel kinderen hebben een trapstep.
„Ständig waren wir zusammen in der Stadt unterwegs gewesen, waren herumgestromert oder gemeinsam auf einem Tretroller – meine großen Hände außen auf der Lenkstange, ihre kleinen Hände innen – herumgefahren.“
„Voortdurend waren we samen in de stad onderweg geweest, hadden rondgezworven of waren samen op een trapstep – mijn grote handen buiten op het stuur, haar kleine handen binnen – rondgereden.“