„Eines Abends gieng ein junger Trommler ganz allein auf dem Feld und kam an einen See, da sah er an dem Ufer drei Stückchen weiße Leinewand liegen.“
„Op een avond ging een jonge trommelaar helemaal alleen over het veld en kwam bij een meer, daar zag hij op de oever drie stukjes wit linnen liggen.“
„Ich hatte die Gesichter der Trommler gestern nicht fotografiert.“
„Ik had de gezichten van de trommelaars gisteren niet gefotografeerd.“