„Warum schwimmen, wir haben doch unsere Pferde, antwortete der Ulanenoberst und fragte, ob es gestattet sei, mit seinen Reitern den Fluss schwimmend zu überqueren.“
"Waarom zwemmen, we hebben toch onze paarden, antwoordde de oelaankolonel en vroeg of het was toegestaan met zijn ruiters zwemmend de rivier over te steken."
„Ulanenoberst von Raumont hatte es schwer, mit seiner Stimme gegen den Vind anzukommen.“
"Oelaankolonel von Raumont had het moeilijk om met zijn stem tegen de wind op te komen."