Zustand und/oder Eigenschaft, für seinen Zweck ungeeignet, nicht angemessen zu sein; Nutzlosigkeit
„Vor dem Hintergrund der Informationseffizienz betrachtet gilt erneut, dass aus Kapitalgebersicht eine klare Unzweckmäßigkeit zu konstatieren ist.“
„Tegen de achtergrond van de informatie-efficiëntie bezien geldt opnieuw dat uit het oogpunt van de kapitaalverschaffers een duidelijke ondoelmatigheid valt vast te stellen.“
„In Paragraf 92 wollen die Regierungsfraktionen sogar den Satz einfügen: Er dürfe nur dann ‚die Verordnung von Arzneimitteln einschränken oder ausschließen, wenn die Unzweckmäßigkeit erwiesen ist‘.“
„In paragraaf 92 willen de regeringsfracties zelfs de zin invoegen: Hij mag slechts dan ‚het voorschrijven van geneesmiddelen beperken of uitsluiten, wanneer de ondoelmatigheid bewezen is‘.“