Beispiele für Verbzusätze sind "an-" in "annehmen" ("Er nimmt das Geschenk an."), "vor-" in "vorfahren" ("Er fährt das Auto vor."), "krank-" in "krankschreiben" ("Er schreibt ihn krank.")
Voorbeelden van werkwoordpartikels zijn "aan-" in "aannemen" ("Hij neemt het geschenk aan."), "voor-" in "voorrijden" ("Hij rijdt de auto voor."), "ziek-" in "ziekmelden" ("Hij meldt hem ziek.")
Wie die Beispiele zeigen, wird der Verbzusatz in Hauptsätzen abgetrennt und nachgestellt.
Zoals de voorbeelden tonen, wordt het werkwoordpartikel in hoofdzinnen afgescheiden en achteraan geplaatst.